Bericht

Niet dat je niet meer van me hield, er was iemand waar jij meer van was gaan houden. Kan iedereen overkomen, zei je. Je zult me vergeten, zei je.

Wie vangt mij nu.

De eerste nachten durfde ik niet thuis te komen. Onze keuken binnen te lopen, thee voor je te zetten en te vragen of je er honing in zou willen. Aan onze tafel te gaan zitten, er een koekje bij te leggen en met je te praten over hoe je dag was gegaan. In onze badkamer een handdoek voor je te pakken en onder de kraan je lange zwarte haar te wassen.

Het bed was veel te groot om zonder jou in wakker te worden.

In de dagen erna herinnerde alles me aan jou. Overal rook ik je, hoorde ik je, zag ik je. Onmogelijk, maar toch maakte ik het me wijs. Alles wat er gebeurde, alles wat me overkwam, ik wilde het me je delen. Het ging goed met me, maar ik wilde het met jou delen.

Ik speelde de muziek extra hard om mijn gedachten te overstemmen.

In de maanden erna begon ik dingen te vinden. Allereerst waren er boeken van jou in mijn boekenkast gebleven, sommige met lieve woordjes van jou erin geschreven. Die schreef je toen nog voor mij. Later foto’s van ons in mijn studieboeken, kleine poppetjes met vleugeltjes in de pannen, cassettebandjes met jouw muziek achterin de linnenkast.

En een lange brief in de brievenbus.

Er was niemand anders geweest. Schreef je. Je hield veel van me, maar deed me nog meer pijn. Schreef je. ‘Ga mij niet zoeken, ik zal er niet langer zijn.’

Tien jaar later snij ik de stelen van rode tulpen schuin af en plaats ze in onze glazen vaas. Eenzaam ben ik niet en ook geen verlangen om met iemand te zijn. Er is niemand anders die mij vangen kan en ik mis je.

This entry was posted in waan van de dag and tagged . Bookmark the permalink.

4 Responses to Bericht

  1. Zo mooi en herkenbaar dit. Ik heb ongeveer ooit -lang geleden- iets soortgelijks meegemaakt! Sterkte :-)

  2. Neneh says:

    potverdikkeme

  3. ton says:

    Treffend getroffen.

  4. Carolien says:

    *zucht*
    Mooie zinnen..