Plankenkoorts

*Tikt tegen de microfoon*

Test, test, 123, test.

Staat-ie aan? Laten we dan maar beginnen…

Posted in blogrevival | 4 Comments

Bericht

Niet dat je niet meer van me hield, er was iemand waar jij meer van was gaan houden. Kan iedereen overkomen, zei je. Je zult me vergeten, zei je.

Wie vangt mij nu.

De eerste nachten durfde ik niet thuis te komen. Onze keuken binnen te lopen, thee voor je te zetten en te vragen of je er honing in zou willen. Aan onze tafel te gaan zitten, er een koekje bij te leggen en met je te praten over hoe je dag was gegaan. In onze badkamer een handdoek voor je te pakken en onder de kraan je lange zwarte haar te wassen.

Het bed was veel te groot om zonder jou in wakker te worden.

In de dagen erna herinnerde alles me aan jou. Overal rook ik je, hoorde ik je, zag ik je. Onmogelijk, maar toch maakte ik het me wijs. Alles wat er gebeurde, alles wat me overkwam, ik wilde het me je delen. Het ging goed met me, maar ik wilde het met jou delen.

Ik speelde de muziek extra hard om mijn gedachten te overstemmen.

In de maanden erna begon ik dingen te vinden. Allereerst waren er boeken van jou in mijn boekenkast gebleven, sommige met lieve woordjes van jou erin geschreven. Die schreef je toen nog voor mij. Later foto’s van ons in mijn studieboeken, kleine poppetjes met vleugeltjes in de pannen, cassettebandjes met jouw muziek achterin de linnenkast.

En een lange brief in de brievenbus.

Er was niemand anders geweest. Schreef je. Je hield veel van me, maar deed me nog meer pijn. Schreef je. ‘Ga mij niet zoeken, ik zal er niet langer zijn.’

Tien jaar later snij ik de stelen van rode tulpen schuin af en plaats ze in onze glazen vaas. Eenzaam ben ik niet en ook geen verlangen om met iemand te zijn. Er is niemand anders die mij vangen kan en ik mis je.

Posted in waan van de dag | Tagged | 4 Comments

Moet iets kwijt

Ik liep naar de bushalte, omdat ik nog enige boodschappen doen moest. Boodschappen, die ik vergeten was de vorige dag. De straat uitlopend kwam een vrouw van onze leeftijd mij voorbij, stopte en keek mij met een bevreemdend gezicht aan. Alsof er iets niet helemaal in orde was. Ze opende haar mond, zei niets en tuitte haar lippen. Bijna was ik niet gestopt, maar keerde toch om en keek haar recht in de ogen aan.

‘Er rust iets op mijn lever en ik wil het aan iemand kwijt. Moet het aan iemand kwijt.’ We stonden in het midden van de straat. Huizen ter linkerzijde, geparkeerde auto’s en de tramrails aan de rechterkant. Het is een kille, zonnige dag. ‘En dit is waarschijnlijk iets, waar ik het liefst met een vreemde over wil hebben.’

Ik probeerde haar uit te leggen, dat ik naar de bus aan het lopen was en dat de winkel zo zullen gaan sluiten. ‘Ik begrijp het,’ verzuchtte ze. Angstig was ik naar wat zij mij vertellen zal, zou ik wel besluiten te luisteren. Ik besloot te luisteren. Voelde, dat ik dat aan mezelf verplicht was.

Ze vertelde uitvoerig over haar relatie. Over de man, waar ze al 8 jaar lief en leed mee deelt. En over haar dilemma, dat zij haar ex niet vergeten kon. We stonden nog steeds op het midden van de straat. Ter linkerzijde verlaten mensen hun huizen door de houten voordeur, rechts passeert de tram ons.

Ik luisterde aandachtig naar de vrouw. En ben opgelucht, dat dit het verhaal is dat zij wil vertellen. En niet een ander verhaal. Ik blijf luisteren.

Verbaasd, dat zij zo een intiem verhaal vertelt aan een volslagen vreemdeling. Ik vraag haar een aantal vragen, ze antwoordt ze allemaal openhartig. Ik vertel haar een beetje over mij, iedereen heeft immers een ex die hij of zij niet vergeten kan.

Ik geef haar mijn mening. En ik hoop dat het haar helpen zal. Tevens heb ik haar verteld, dat als het louter de lichamelijke aantrekkingskracht is. Als dat het enige is, dat ze dan vooral nog ene maal haar ex moet gaan zien. Eenmaal, zodat het waarlijk voorbij is. En hem dan vergeten en het vooral haar partner niet vertellen.

Geen flauw idee, of dit wijze woorden zijn. Geen flauw idee, of dit haar helpen zal. Geen flauw idee, waarom ik dit tegen een volslagen vreemdeling zei.

Ze bedankt me. Ze leek opgelucht, dat iemand naar haar luisteren wilde. Ze knikte, glimlachte, keerde om en liep weg.

Mijn bus reed voor mijn neus weg. Ik had weer 15 minuten om me te bedenken, wat er nu net eigenlijk gebeurd was.

Posted in ontmoeting | Tagged , | Comments Off